Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naschrift.

Onder het afdrukken ontving ik bericht, dat het op blz. 8 genoemde handschrift van prof. Heringa thans niet meer berust op de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek, maar afgestaan is aan de „Koninklijke Bibliotheek" te 's Gravenhage.

Het is aldaar ingeschreven onder H. S. 75 C tl.

*

Bij mijne navraag bleek, dat de Kon. Bibl. in 19Ü0 (na mijne nasporingen aldaar) nog in het bezit gekomen is van de volgende stukken, ingeschreven onder H. S. 129 D 25.

„a. Brief van J. Heemroth aan „Mijn Waarde Regteren."

4 blz. autograaf + 1831. De schrijver, een Zwijndrechtsche Nieuwlichter, als schutter te Willemstad in garnizoen, weigerde den dienst.

b. Twee brieven aan J. Heemroth, Zwijndrecht 11 en 16 Sept. 1831, „namens allen" onderteekend door W. v. d. Kraan.

5 blz. copie." (jaarverslag Kon. Bibl. 1906 blz. 17 No. 10.)

De brief van Heemroth (ongeteekend echter!) is bijzonder zacht van toon.

„Daar ik mij heeden voor uw moet verandwoorde En niets Bedreeven Heb dat straffe waardig is Maar in 1 eegendeel Een iegelijk mijner Meede menschen op een Zachtmoedige wijze In den liefde Gods Ten andwoord staan En daar ik geen Kind heb doen schrijen Zoo Is mijn liefderijk verzoek dat gij mij om Gods wil op zulk een wijze zult Regere of Behandlen Zooals voor uw En mijnen Godt Recht En Billijk is,

het is Niet Mooglijk dat ik mij zoude kunnen aan Iemand

Sluiten