Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wreeken En Terwijl mij den LiefdeRijken Heemelschen Vaader dit alles door Zijn Geliefden Zoon .. . Heeft geleerdt, zoo weet Ik zeekerlijk dat ik met veele slagen Geslagen zal worden indien ik Het Geen ik geweeten Hebben Niet gedaaan zal hebben....

dit is Mijn verandwoording Teegen Uw mijn waarde Rechters En ook Tegen Mijn Waarde En Geliefden Kooning.

De eerste brief van W. v. d. Kraan spreekt de blijdschap der broeders uit over Heemroth's houding en spoort hem aan tot volharding.

„Verblijd U met ons waarde Broeder dat gij waardig geacht zijt om de zaak van God smaadheden en verdrukking te ondergaan ...

... heb tog uwe mishandelaars lief want zij zijn beklagenswaardig omdat zij in de hand van God werkzaam moeten zijn om U door het lijden te vormen."

De tweede brief meldt nog de andere broeders, die om deze zaak lijden: „Br Hendrik Hildebrand, B. Jan Stafhorst, B. van der Wilk en B. Jan Westmaas zijn alle vier te Utrecht oppasters in het hospitaal, B. Maarte Wulfse is bijkok in de infermerie te Leyden, B. Willem Blankenaar is thans 't huis komende uit het hospitaal te Utrecht... en vertrekt morgen na Bergen op Zoom, om daar zijn oude plaats als oppaster in het hospitaal weer te bekleden. B. Jan Kosters is voor 6 jaar gevonnisd in de kruiwagen".

Wij hebben dus ook hier weer bevestiging van het vroeger medegedeelde, dat de militaire autoriteiten- over het geheel, zeer welwillend aan de gemoedsbezwaren der broeders tegemoet kwamen.

Sluiten