Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hare geschiedenis *) heeft de wet meer in het bijzonder gedacht aan het geval, dat de onteigening in gewone gevallen zou plaats hebben ten behoeve van den aanleg van een werk van algemeen nut 2).

Het schijnt zelfs dat een onteigening van nationale oudheden en historische monumenten, zooals in Italië kan geschieden 8) volgens onze wet niet kan plaats hebben.

In elk geval, wanneer is toegestaan dat ten behoeve van den aanleg van een werk van algemeen nut een eigendomsovergang zal plaats hebben, dan wil de wet, dat het werk ook uitgevoerd wordt. Want: „Indien, ten gevolge „van oorzaken welke de onteigenende bij magte was uit „den weg te ruimen, met het werk, waartoe werd onteigend, niet binnen een jaar nadat het eindvonnis van „onteigening in kracht van gewijsde is gegaan, aanvang „is gemaakt, of de arbeid daaraan meer dan een jaar mogt „zijn gestaakt, of indien uit andere omstandigheden is aan „te toonen, dat het werk blijkbaar niet tot stand zal worden gebracht", kan op de reeds plaats gegrepen eigendomsovergang zooveel mogelijk teruggekomen worden volgens art. 61.

Den onteigende wordt de gelegenheid gegeven zijn goed bij den rechter terug te vorderen, zonder dat hiervoor de

Art. 10, zegt zelfs, dat de wet, die het algemeen nut moet verklaren , tevens den aard en de strekking van het werk moet aanwijzen. En nog vele andere. Vgl. ook noot 2 pag. 10.

]) Zie b.v. het begin van § 2 der Mem. v. Toel. en ook § 1.

2) In Pruisen is dit uitdrukkelijk in de wet gezegd. — Zie § 1 der wet van 11 Juni 1874 en in Zwitserland werd dit zelfs in de Grondwet opgenomen. — Zie art. 23 van de bondsconstitutie van 29 Mei 1874.

3) Vgl. Mr. Krabbe t. a. p. blz. 162.

Sluiten