Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ting te steunen. Aan het begrip „noodzakelijk" wordt zelfs nog minder strenge eisch gesteld. Wel neemt ook hij de logische causaliteitsleer tot basis zijner beschouwingen, zoodat „oorzaak van een verschijnsel is de som van toestanden, die voor ons denken daarmede in noodwendigen „samenhang staan" *) — in ons geval vormen de oorzaak de spoorwegwet -(- de aanleg van de spoorbaan -j- de overgang van den eigendom — maar hij erkent, dat dit logische causaliteitsbegrip op zich zelf ons niet verder brengt. Hij komt tot de slotsom, dat „oorzaak — als grond van aansprakelijkheid — is die voorwaarde, welke de mogelijkheid „van het gevolg objectief heeft vergroot". 2)

Verondersteld wordt hier, dat het gevolg reeds ingetreden is, dus anders is ons geval waar gezocht moet worden, of zekere waardevermindering het gevolg zal zijn van een ontneming van eigendom.

Intusschen heeft de definitie voor ons deze waarde, dat daarin ook Mr. Scholten blijk geeft geen absolute zekerheid van het intreden van het gevolg noodig te achten om een causaal verband aan te nemen. Hij vindt een „objectief vergrooten van de mogelijkheid dat het gevolg intreedt" voldoende. En ongetwijfeld zal in het geval eener onteigening — ook al wordt zij als een bloot „ontnemen van den eigendom" opgevat — het aanleggen van het schade veroorzakend werk objectief vergroot worden. Zonder een

als oorzaak van een bepaald gevolg doen gelden, „indien naar de „algemeene regelen der menschelijke ervaring de mogelijkheid bestond. „dat uit die handeling dat gevolg zich zou ontwikkelen". Zie blz. 90. J) Blz. 276.

2) Blz. 302.

Sluiten