Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men zou dan slechts de bestaande onbillijkheid grooter doen worden. Want het aantal van hen, die naar verhouding te zwaar belast worden ten bate der gemeenschap zou vergroot worden.

Als ideaal moet men zich niet stellen, dat de onteigening moet zijn een offer aan de publieke zaak, zooals de innerlijke wensch van Mr. Thorbecke schijnt te zijn 1).

Evenmin mag zij een bron van voordeel worden voor den onteigende. Er bestaat nog een middenweg:

Ze moet zijn een afstand van genot eener zaak aan een ten algemeenen nutte werkend persoon, zonder dat degene, die afstand doet, er door in zijn vermogen getroffen wordt. Want de enkeling mag niet ite lasten dragen van hetgeen geschiedt in het belang van allen.

Wil men overigens de thans bestaande onbillijkheid opheffen, men zoeke een oplossing door een bijzondere wet in het leven te roepen welke de vergoeding regelt der schade veroorzaakt door den aanleg van werken ondernomen in het algemeen belang.

Bestaat eenmaal zoo'n wet, dan zou inen ook zonder bezwaar een wijziging kunnen aanbrengen in het geheele stelsel der onteigeningswet en haar slechts beschouwen als een overgang van eenig genotsrecht, welke geboden wordt door het algemeen belang, zonder dat men de uitvoering van een werk steeds als een last laat drukken op de eigendomsverkrijging.

') Zie t. a. p. blz. 48: ..zoodoende is de onteigening, volkomen ten „onrechte, in stede van een offer aan de publieke zaak, een voordeel „voor den onteigende geworden".

Sluiten