Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DEN OMVANG DER BEVOEGDHEID VAN HET BESTUUR EFNER NAAMLOOZE VENNOOTSCHAP OM HAAR TE VERTEG ENWOI )RDIGEN.

De bevoegdheid van het bestuur eener naatnlooze vennootschap om haar naar buiten te vertegenwoordigen behoort door den wetgever onbeperkbaar verklaard te worden in dien zin, dat tegenover derden, die te goeder trouw met het bestuur handelen, de naamlooze vennootschap gebonden zal zijn door de rechtshandelingen, welke haar bestuur heeft aangegaan, onverschillig of het iloor haar al dan niet er toe gemachtigd is.

Steeds dringender verlangt men een verbetering der wettelijke regeling onzer naamlooze vennootschappen, maar tot dusver kon nog geen wijzigingswet het staatsblad bereiken, ofschoon de regeering hiertoe wel pogingen heeft aangewend. Haar laatste daad welke een blijvend resultaat heeft achtergelaten is geweest de benoeming van de Staatscommissie bij het Koninklijk Besluit van 22 November 1879 n°. 26, die in haar „Ontwerpen van Wetten op de Vennoot-

Sluiten