Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke zij aanbiedt voor een winstgevende belegging van kapitalen, l) maai- ook als werkgeefster. s) Want meer dan in de particuliere bedrijven kan de publieke opinie op de door haar in het leven geroepen toestanden inwerken. De bijzondere voordeelen van groote ondernemingen kunnen naarmate de aandeelen in geringere bedragen uitgegeven worden door meerdere personen worden gedeeld, welke anders aan kleine beurzen zouden ontgaan.

Bij ons onderzoek omtrent de meest wenschelijke regeling der vertegenwoordiging van een naaml. venn. door haar bestuur stel ik mij voor tot uitgangspunt te nemen de

1) De Jaarcijfers uitgegeven door het Centraal Bureau voor de statistiek over het jaar 1905/1906 geven 4745 dividenden afwerpende naaml. venn. op met een gestort kapitaal van ƒ1.279.471.000, welke 5.99 °/0 dividend gemiddeld opleverden.

2) Voor Amerika vermelden de annalen van 1907 op blz. 633, dat van de 5.470.321 loonarbeiders 3.864.549 in dienst zijn van naaml. venn., dus in het geheel 70.6 %.

Voor ons land zullen die cijfers niet zoo sterk spreken, omdat hier de groot-industrie niet zoo'n hooge vlucht genomen heeft als in Amerika. Maar het groote belang is toch aanwezig.

Voor België vgl. Mr. M. TV. F. Trcub „Het wijsgeerig en economisch stelsel van Karl Marx" Amsterdam.—Haarlem, 1903, Deel II, blz. 116 vlg.

„Deze kapitalistische associatie — n.1. de naaml. venn. — was een „onmisbare voorwaarde om bij de technische concentratie de benoo„digde kapitaalmassa's in de groote bedrijven te vereenigen" zegt Mr. Trcub op blz. 111. Maar let men op de soort der naaml. venn. die in ons land in den laatsten tijd opgericht zijn, dan blijkt, dat maar een klein deel van het groote aantal een industrieel bedrijf ten doel heeft. Intusschen kan men niet ontkennen, dat het algemeen belang, dat met de naaml. venn. als werkgeefster gemoeid is, grooter zal worden naarmate zij dienstbaar wordt gemaakt aan het groot-bedrijf.

Sluiten