Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den handel op afgelegen landstreken, maar ieder handelde voor eigen risico. *) Ook de joint-stock, die men in 1612 bijeenbracht was nog geen kapitaal, zooals onze naaml. venn. dat kent. Zij was slechts een „prolonged series of ventures". 2)

In elk geval is de beteekenis onzer Oost-Indische Compagnie veel grooter geweest dan die der Engelsche; omdat zij vaak tot voorbeeld strekte voor de latere groote compagnieën in andere landen.

Verwonderlijk is het niet, dat Nederlanders in dien tijd een nieuwen vennootschapsvorm durfden te beproeven, wanneer men in aanmerking neemt, dat Hugo de Groot omstreeks 1600 nog vóór dat de Oost-Indische Compagnie in het leven was geroepen durfde zeggen, dat geen volk zich met de Nederlanders kon meten voor zoover het betrof de oprichting en het tot bloei brengen van allerlei handelsvennootschappen; zooveel vertrouwen stelde men in den handel. 3)

De O.-I. C. dan geleek al heel veel op een moderne

1) Aldus Leonc Levi „The history of Britisch commerce" 2e ed. 1880, blz. 337. Dit wordt bevestigd door Adam Smith, die in zijn „The Nature and Causes of the Wealth of Nations" uitgave Dugold Stewart London 1811, Book V, Chap. I, p. 131 en 132 beweert, dat tot 1612 de leden der company gewerkt hebben met „separate stocks' , dus nog geen joint-stock, zooals Eogers zegt.

2) Zie E. II. Inglis Palgrave „Diotionary of political economy," London 1894, in voce „East India Company."

3) Zie H. de Groot „Parallelon rerum publicarum." Boek III in het hoofdstuk over de Trouw, vermeld door E. Laspcyrcs „Geschichte der Volkswirthschaftlichen Anschauungen der Niederlftnder und ihrer Litteratur zur Zeit der Republik.-' Leipzig, 1863, blz. 5.

Sluiten