Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naaml. venn., ofschoon in menig opzicht verschilpunten zijn aan te wijzen. Zij werd door de bemoeiingen van de regeering, ') speciaal van den raadpensionaris van Oldenbarneveld, in het leven geroepen voor een tijdperk van 21 jaren, maar na 10 jaar zou plaats hebben een „generale slot van rekeninge" en zou men met zijn geld uit de compagnie mogen treden. 2) Aan deze bepaling is niet de hand gehouden.

Ook het voornaamste kenmerk der tegenwoordige naaml. venn., de beperkte aansprakelijkheid der vennooten, stond niet uitdrukkelijk in het octrooi vermeld. Toch konden de aandeelhouders, participanten geheeten, niet meer verliezen dan hun aandeel bedroeg. Ontstaan als de Compagnie was uit een vereeniging van reederijen 3) komt het mij voor, dat men die beperkte aansprakelijkheid het best kan verklaren naar analogie van de in den handel aangenomen

'l Do compagnie had een politiek nevendoel. De regeering zag in haar een middel om de vijanden des lands beter te bestreden.

2) Zie art. 7 van het octrooi te vinden by J. A. v. d. Chijs „De stichting der Vereenigde O. I. Compagnie'' Leiden, 1856. De inschrijving zou openstaan voor „alle Ingesetenen van dese geünieerde provinciën'' volgens art. 10, maar hoe groot het kapitaal zal zijn wordt niet vermeld.

3) Dit karakter komt herhaaldelijk in het octrooi aan het licht. — Zie de artt. 12, 31—33. V. d. Chijs noemt de Compagnie dan ook zoowel een naaml. venn. als een reedery. — Zie blz. 128. Ook de groote ontwerper van overzeesclie handelscompagnieën in dien tyd, Willem Usselinex, dacht zich een compagnie nog als een „gemeene rederije'" — Zie zijn ontwerp aangehaald bij Mr. O. v. Rees „Geschiedenis der Staathuishoudkunde in Nederland tot het einde der achttiende eeuw", Deel II Bijlage III blz. 416.

4*

Sluiten