Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regelen omtrent de reederij, waar de niet-besturende reeders dergelijke beperkte aansprakelijkheid genoten. ')

Het bestuur, de z.g.n. bewindhebbers, door de overheid gekozen uit en op voordracht van de groote aandeelhouders, zouden naar datzelfde zeerecht volledig aansprakelijk geweest zijn. Daarom schijnt men het alleen voor hen noodig geacht te hebben de beperkte aansprakelijkheid uitdrukkelijk uit te spreken. 2)

Ook de + 20 jaar later opgerichte West-Indische Compagnie was op dezelfde leest geschoeid als de Oost-Indische.

Anders was dit bij de compagnieën, die niet uitsluitend den overzeeschen handel ten doel hadden b.v. de compagnieën van assurantie en later de gemengde compagnieën van het begin der 18de eeuw, waarvan de statuten vaak assurantie, commercie en navigatie naast elkaar noemen. Hierbij werd uitdrukkelijk de beperkte aansprakelijkheid bedongen 3), ja vaak ging de aansprakelijkheid der intee-

') Zie H. de Groot : „Inleiilinge tot de Hollandsche Rechts-Geleerdheid" Boek III, Deel 1, § 31 en J. l'oet. „Commentarius ad Pandectas'' Tomus Primus, Lib. XVII, Tit. II Pro socio § 15 en Lib. XIV tit. III, De inst. act. §§ 2 en 6.

Een toepassing van den Roni. Reehtelijken regel „si quid univer„sitati debetur singulis non debetur nee quod debet universitas singuli „debent", zooals dat in Engeland geschiedde — zie Palgrave in voce „Liability" — schijnt niet geoorloofd te zijn, ofschoon een octrooi door de regeering verleend werd. Men bedenke, dat het idee der Bom. Rechtelijke „universitas'' in het oude Holland nog niet sterk was doorgedrongen — zie Mr. S. J. Fockema Atulreae „Oud-Nederlandsch Burgerlijk Recht" Haarlem, 1906, Boek I, blz. 146 en 147 en Boek II blz. 74 en 75. Vgl. ook hieronder noot 3 slot.

2) Zie art. 42 van het octrooi.

3) Zie art. XXIX van het concept octrooi eener compagnie van

Sluiten