Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de aandeelen eener vennootschap in blanco uit te geven, maar toen dit een hevigen windhandel in actiën ten gevolge had omstreeks den aanvang der 18de eeuw, werd de „Bubble Act" van 6 Geo I. c. 18 uitgevaardigd, welke pas in het begin der 19de eeuw is afgeschaft bij 5 Geo IV c. 114 en 6 Geo IV c. 91. Eerst tegen het midden der 19de eeuw werd de oprichting eener „joint-stock company with limited liability" vrij gelaten mits werd voldaan aan zekere voorwaarden thans te vinden in de „Companies Act 1862". 25/26 Vict. c. 89 »).

In Schotland was de toestand in het begin der 18de eeuw meer in overeenstemming met die van het oude Holland. Hier kenden de rechters aan een joint-stock company een „separate personality" toe, wanneer zij er voor gezorgd had een collectieven naam aan te nemen. De schuldeischers der vennootschap werden dan geacht crediet te hebben verleend aan de vennootschap als afzonderlijke persoon gedacht, niet aan de enkele partners. Maar later kwam Schotland geheel onder den invloed van de in Engeland geldende rechtsbegrippen.

De toestand in Amerika was niet anders. Hier, waar in hoofdzaak hetzelfde recht gold en nog geldt als in Engeland, kan men de publieke meening ten opzichte der corporaties in het algemeen ten naasten bij opmaken uit de vonnissen der rechters. 2) De groote invloed van het

') Zie verder hierover noot 1 van blz. 62.

2) Zoo heeft de rechter Wilson in 1807 uitvoerig zijn meening in ongunstigen zin te kennen gegeven in re Ellis v. Marshall, 2 Mass. 292 en in 1855 de rechter Campbell in re Dodge v. Woolsey, 18 How. 331—375. Zie James de Witt Andrews „American Law" Chicago, 1900, blz. 565 noot 1.

Sluiten