Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij de bevoegdheid om door middel van vertegenwoordigers burgerlijke handelingen aan te gaan als een eenheid met een eigen vermogen afgescheiden van dat der vennooten, waarop uitsluitend hare schulden verhaald kunnen worden.

Bijna algemeen nemen dan ook de schrijvers de rechtspersoonlijkheid der naaml. venn. aan, waarmede men tevens in overeenstemming is met de opvattingen in het buitenland. J)

economisch voordeel harer leden beoogt volgens art. 2, uitdrukkelijk tot rechtspersoon verklaard heeft — zie art. 6 al. 2 — kan deze meening m. i. niet meer met vrucht verdedigd worden.

Evenmin is de meening van Kist juist, dat de naaml. venn. een eigen doel, een eigen belang afgezonderd van dat der leden niet zou hebben, al wordt hjj hierin gesteund door de regeering in haar Mem. v. Toel. op de wet van 14 Sept. 1866 stbl. w. 23. Want ook bij de naaml. venn. kan het doel dat de leden met hunne deelname beoogen zeer verschillen van dat der naaml. venn. zelve. S. v. Jhering zegt zelfs op blz. 47 van zijn „Der Zweck im Kecht-' Leipzig, 1877 deel I het doel eener naaml. venn. als voorbeeld noemend eener „Organisierter Zweck": „Von allen Actienzeichnern ist es vielleicht keinem ein„zigen um den Zweck der Eisenbahn selber: die Eröffunng eines neuen ,, Verkehrsweges zu thun".

Wel zal de bloei der vennootschap het eigenbelang der vennooten ten goede komen, maar dit belang behoeft niet steeds in overeenstemming te zijn met dat der vennootschap.

Ook heeft de naaml. venn. een eigen wil afgescheiden van de private willen der vereenigde personen, n.1. die der meerderheid gewoonlijk eener algemeene vergadering.

1) In Frankrijk neemt men haar op geschiedkundige gronden aan zonder dat de wet dit uitdrukkelijk zegt — vgl. Lyon-Caen et Eenault II n°. 105. —

Voor Duits c; hland schijnt na de wet van 1897 geen twijfel meer

Sluiten