Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te moeten zoeken in de richting in Duitschland voorgestaan door Otto Gierke. Het bestuur wordt een „rechtsorgaan' genoemd der vennootschap naar analogie der natuurlijke organen bij den mensch. Gierke noemt het een „rechtlich geordneter Vermittler eines einheitlichen Gemeinlebens" '). Het begrip „orgaan" wordt alleen door de statuten tot een rechtsbegrip gevormd; het behoort overigens tot het „Socialrecht" en kan niet verduidelijkt worden door een voorbeeld uit het „Individualrecht" 2). Zoowel de publiekrechtelijke als de privaatrechtelijke rechtspersonen omvat Gierke in zijn theorie. Maar niettegenstaande zelfs een tegenstander 3) gedwongen werd te erkennen, dat deze leer de tegenwoordig heerechende is, vreest Gierke, dat de rechterlijke macht op het gebied der naaml. venn. niet spoedig zijn theorie ten volle zal aanvaarden, gevangen als de Duitsche wet in dit opzicht is in het oude „individualrechtliche Stellvertretungsprincip" 4).

Ter verduidelijking ook van onze rechtsverhoudingen, meen ik, is deze theorie bruikbaar, ofschoon men voorzichtig moet zijn bij hare toepassing. Voor de naaml. venn. vindt zij daarom vooral aanbeveling, omdat de vennootschap als rechtspersoon niet kan bestaan zonder een bestuur, waardoor dit een integreerend deel der vennootschap uitmaakt.

Het bezwaar verbonden aan de constructie eener lastgeving is, geloof ik, ook gevoeld door de Commissie van 1879,

*) Zie Dr. Otto Qierke ,,Die Genossenschaftstheorie und die Deutsche Rechtsprechung" Berlin, 1887 blz. 624.

2) Zie t. a. p. blz. 615.

a) Zie Schlossmann in Jherings Jahrb. Deel 8 (1902) blz. 290. 4) Zie t. a. p. blz. 618—622.

Sluiten