Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit in de meeste oudere wetgevingen het geval is '). Duidelijker is het te vinden in het Duitsche Burgerlijk Wetboek, waarvan het eerste boek in een afzonderlijken titel van het algemeene deel de „Vertretung"' behandelt. Deze wordt „Vollmacht" genoemd, wanneer de macht om te vertegenwoordigen verleend is door een rechtshandelings). De regelen over de vertegenwoordiging zijn in ons Wetboek niet in een titel vereenigd, maar men moet ze met eenige moeite door het geheele Wetboek heen opsporen. Zoo zijn ze ook te vinden in den titel over de lastgeving. Al vullen zij niet het grootste deel van dezen titel zij vormen daarvan misschien het gewichtigste. Zoo b.v. de artt 1836, 1843 en 1844 en 1852 van het Burgerlijk Wetboek.

Vraagt men nu naar den omvang der macht van het bestuur om een naaml. venn. te vertegenwoordigen, dan moet men voor ons recht den omvang der opdracht nagaan, welke in de eerste plaats te vinden zal zijn in de akte van oprichting, de statuten waaronder de naaml. venn. zal leven. Ontstaan als zij is uit een overeenkomst, waar-

') Zie het Pruisisch Landrecht. Deel I titel 13 en de Code Civil art. 1984.

2) Zie § 166 al. 2 B. G. B. De „Auftrag" is geregeld in § 662 vlg. Vgl. voor het Duitsche recht Dernburg, Deel I § 163 en § 164 en Deel II afdeeling 2 § 294 en ook het door Dr. Julius v. Staudinger uitgegeven „Kommentar zum bttrgerlichen Gesetzbuche filr das deutsche Reich nebst Einführangsgesetz" München, 1903, Deel I blz. 401 vlg. en Deel II blz. 488 vlg. Over de vertegenwoordiging in ons recht zie by Land III afdeeling 2 blz. 283 vlg. en het door Mr. J. Limburg bewerkte Deel III van Assers Handleiding. Afdeeling 2 bl. 3 en de daar aangehaalde schrijvers.

Sluiten