Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nootschap en voor de daarbuiten vallende handelingen een voorafgaande machtiging vereischen van de algemeene vergadering? x) Moet de derde in zulke gevallen de overlegging van een bewijsstuk eener uitdrukkelijke machtiging vorderen of een afschrift van de notulen der algemeene vergadering ?

Een naaml. venn. zal huiverig zijn zoodoende misschien een deel harer zaken aan vreemden bloot te leggen, maar in ons stelsel zou toch hiertoe overgegaan moeten worden, evenals de vennootschap de kosten, moeite en tijdverlies zal moeten dragen indien een voorzichtig persoon tegenover haar komt te staan.

Een groote verbetering kan men daarom het wetsvoorstel van de Staatscommissie van 1879 noemen, die in art. 88 al. 3 een beperking van 's bestuurs vertegenwoordigingsbevoegdheid tegenover derden alleen dan van kracht verklaart, wanneer zij in de akte is opgenomen en op de voorgeschreven wijze openbaar gemaakt. In dit geval kunnen derden zich volkomen veilig met een bestuur in verbinding stellen mits zij zich te voren op de hoogte gesteld hebben van de statuten. Voor de vennootschap echter blijft steeds het bezwaar bestaan, al is dit ook verminderd vergeleken bij het tegenwoordig stelsel, dat haar positie naar verhouding ongunstiger zal zijn dan die van anderen in den handel naar mate zij met voorzichtige personen te doen krijgt. Want dezen zullen een transactie met de vennootschap niet durven aangaan dan na het nemen van bijzondere voorzorgen.

1) Vgl. het geval beslist in het vonnis der Arnhemsche rechtbank van 25 Juni 1903 w. 7965.

Sluiten