Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staande naaml. venn., waarin zij van plan zijn deel te nemen. Maar dit laatste is niets bijzonders. Ieder toekomstige crediteur reeds zal dit moeten doen ten opzichte der credietwaardigheid van zijn eventueelen debiteur.

Een vermindering der oprichting van naaml. venn. zal niet te verwachten zijn, indien men let op de ondervinding in Duitschland en ook in Amerika opgedaan.

Voor het eerst deed het door ons voorgestane beginsel zijn intrede in het handelswetboek voor den Noord-Duitschen bond in 1861. Ofschoon toen uit handelskringen x) de vrees werd geopperd, dat kapitalisten zouden worden afgeschrikt hun geld op die wijze in handelsondernemingen te steken, heeft de ervaring het tegendeel geleerd. Dr. StierSomlo 2) toch toont aan, dat ongeveer '/s of 1/\ van de effecten in Duitschland belegd zijn in aandeelen van naaml. venn. Hij komt tot het resultaat, dat meer dan 6 % van het geheele nationale vermogen in actiën belegd is. Hij meent dan ook in de koersen der aandeelen dikwijls den barometer van den economischen toestand te kunnen zien.

Tevens kan de ondervinding in Amerika opgedaan ons gerust stellen. De toestand hier sluit zich aan bij dien in Engeland. Het zij mij daarom vergund in het kort eerst het Engelsche stelsel te vermelden.

Engeland wil een onderscheid gemaakt zien in het soort van regelen, waaronder een „joint-stock company" zal leven.

') Zie D. Hansemann „Ueber die Einführung des Deutschen Handelsgesetzbuehes" Berlin, 1861.

2) „Die reform des Aufsichtsraths der Aktiengesellsckaft" in het Z. f. d. g. H. no. 53 (1903) p. 20 vlg.

Sluiten