Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de derde te goeder trouw met den „agent" handelde. Want: „As between the other eontracting party and the corpora„tion, the rule applies that where one of two innocent „parties must suffer from the unauthorized act of an agent, „the loss should fall on him who selected the agent, and „whom the agent represents". ') Telkens legt hij den nadruk op de goede trouw van derden. 2)

De grens voor de geldigheid der handeling schijnt men te moeten zoeken in het al of niet behooren tot de „business operations" der corporatie. 3) Dit alles wordt ter beslissing overgelaten aan den rechter, die te letten zal hebben op de uiterlijke verschijning der corporatie, zooals zij gewoon is in het verkeer op te treden.

Binnen deze grens dus zijn vennooten geheel overgeleverd

») Zie Chap. VII § 203.

2) Zie ook de beslissing van het Federal Supreme Court in Merchant's Bank v. State Bank 10 Wall.. 604, 644 aangehaald in § 204. Over <le macht van een ,,board of directors" speciaal zie Chap. VII § 220 en § 221.

3) Zie Andrews blz. 584 noot 2. Behoort een handeling tot het gebied der „corporate functions", dan moet zelfs een vreemde het charter of de enabling act inzien. Van een derde kan men op het gebied der business operations niet verlangen, dat h(j de mogelijk bestaande bylaws der corporatie — dit zijn de regelen, die door de algemeene vergadering of door de directors naderhand mochten vervaardigd zyn en volgens welke de zaak bestuurd moet worden — kent. Zie hierover ook Taylor Chap. VII § 196. Vgl. de uitspraak van rechter Story in Minor v. Mechanic's Bank 1 Pet., 46, 70: ,,The officers of the bank „are held out to the public as ha ving authority to act, according to ,.the general usage, practice, and course of their business; and their „acts within the scope of such usage, practice, and course of business, „would in general bind the bank in favor of third persons possessing „no other knowledge''.

Sluiten