is toegevoegd aan uw favorieten.

Schenking

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ter nadere verklaring van deze opvatting dieue het volgende.

J ure Roraano is een juiste omschrijving van het schenkingsbegrip niet te vinden. De Romeinsche juristen, groot in de practijk van het recht, den zin daarvan als het ware bij instinct gevoelende, waar het concreete geval zijne toepassing vroeg, waren afkeerig van alle theorie. Eene omschrijving als in 1. 29. D 39. 5.: „Donari videtur, quod nullo jure cogente conceditur" mag, zoo al niet onjuist, toch nog geen scherp-omlijnde definitie heeten. Wat wordt al niet omvat door de uitdrukking: „nullo jure cogente concedere"? Legaat ware dan o. a. onder schenking te begrijpen.

Komt men alzoo met de definities der Romeinsche juristen niet ver, dan dient men om het schenkingsbegrip naar Romeinsch recht te leeren kennen, zelf op onderzoek uit te gaan. Uit 1. 25 D 24. 1.: „nam ius constitutum „ad eas donationes pertinet, ex quibus et locupletior muiier „et pauperior maritus in suis rebus fit," blijkt dan, dat voor donatio is vereischt een verarming van de eene partij (den schenker) ten behoeve van de andere (den begiftigde), die door die verarming rijker wordt. Een enkele afwijzing van voordeel, al geschiedt zij ten behoeve van een ander, is dus geen schenking naar Romeinsch recht. Verder vereischt 1. 1. D 39. 5. in de eerste plaats, dat schenking zij eene handeling onder levenden — „dat aliquis ea mente, ut statim velit accipientis fieri" —; als tweede vereischte wordt gesteld, dat zij geschiede