Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

Art. 1703 B.W.; liet formeele schenkingsbegrip.

„Schenking is eene overeenkomst, waarbij de schenker, „bij zijn leven, om niet en onherroepelijk eenig goed „afstaat, ten behoeve van den begiftigde, die hetzelve „aanneemt.

„De wet erkent geen andore schenkingen dan schendingen onder de levenden."

Aldus onze wet; uitdrukkelijk vinden wij voor schenking don eisch gesteld, dat het eene handeling zij onder levenden. Behalve uit het 2e lid, een bepaling, welker doel en strekking is, de Romeinsch-recliterlijke donatio mortis causa uit te sluiten, blijkt dit ook reeds uit het eerste, waarin gezegd wordt, dat de schenker „bij zijn leven" moet afstaan, d. w. z. dat de begiftigde reeds terstond. tijdens het leven van den schenker een recht verkrijgt en dit wel in onderscheiding met de testamentaire bevoordeelingen, welke eerst na den dood van den erflater in werking treden. Met deze verklaring, in onze wet opgenomen in de omschrijving van het schenkingsbegrip , is scherp onderscheid gemaakt tusschen de schenking «enerzijds en de testamentaire bevoordeeling

Sluiten