Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„vel partem substantiae, quam nominaverit, vul totam „substantiam tradere".

Evenwel het Romeinsche recht ging verder dan het costuiniere. Den begiftigde kwam jure Romano de actie niet alleen toe tegen don schenker, doch ook tegen diens erfgenamen, blijkens hetgeen men verder leest J): „Res„que donatas in omnibus supradictis casibus non solum „eos, dum supersunt, sed etiam eorum successores reddere „compelli, non tantum his, in quos donatio facta est, „sed etiam eorum heredibus''.

Ook nu zou het costumiere recht den invloed van deze leer niet ontgaan en zoo kreeg de actie de verdere strekking, welke zij Romeinsch-reohtelijk reeds had. Men was langzamerhand in Frankrijk meer en meer er van doordrongen geworden, dat de eenmaal gedane schenkingsbelofte niet meer ongedaan gemaakt behoorde te kunnen worden, ook niet door de erfgenamen, door hun een beroep toe te staan op het ontbreken der feitelijke traditie. Zoo lezen we dan ook in de Coutume van Anjou, art. CCCXLI: „Tous donataires ou legataires doivent avoir „délivrance de leurs dons ou legs par les mains des „heritiers des donateurs ou testateurs, si ce n'est que les „dits donateurs ou testateurs leur en eussent baillé la „possession de leur viuant".

Zooals de toestand thans was, gold zij evenwel niet voor geheel Frankrijk. In tal van Coutumes, vooral in het Noorden, waar het Romeinsche recht slechts weinig

') L. 35. § 5. C. 8. 53 (54).

Sluiten