Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„donation düment acceptée sera parfaite par le seul „consentement des parties, et la propriété des objets „donnés sera transférée au donataire sans qu'il soit besoin ,,d'autre tradition".

Hier blijkt dus uit, dat Bioot-Préamexeu ten aanzien der schenking geheel op Romeinsch-rechtelijken bodem stond, dat hij haar beschouwde als een pactum donationis. Niet anders Jaubert in zijn Rapport aan het Tribunaat in de zitting van 9 floréal an XI; is de schenkingsbelofte door den begiftigde aangenomen, dan is de schenking volkomen, ook al wordt niet dadelijk afgegeven.

Zoo is dus in art. 894 C. C. de schenking, bij wijze eener afstand tot stand gekomen gestempeld tot eene overeenkomst; met het doel om een einde te maken aan de opvatting, welke in de schenking slechts uitsluitend wilde zien een „modus acquisitionis".

Gaan we thans over tot ons art. 1703 B. W. Legt men dit naast art. 894 C. C., dan blijkt, dat zij, behoudens een paar kleine afwijkingen volkomen overeenstemmen; ongetwijfeld heeft dan ook onze wetgever uit de Fransche wet geput en dientengevolge ook de Fx*ansche opvatting overgenomen. Dit blijkt o. a. ook uit het antwoord, hetwelk de regeering gaf op een voorstel van een afdeeling der Kamer, om aan de schenking eene andere plaatsing te geven, dan in het ontwerp van 1820 was geschied en haar op het voetspoor van den Code Civil te behandelen bij den Titel: van uiterste willen. „Men kan", aldus de Regeering, „aan het verlangen dier Sectie niet

Sluiten