Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„dan dat er de ware oorzaak der fout in gelegen is". Dat onze wetgever bij art. 1703 B.W. er wel degelijk aan gedacht kon hebben, dat het Fransche recht een andere wijze van eigendomsovergang kent dan het onze, zoude, volgens Mr. Liboukel, blijken uit art. 1723 B.W. waar art. 938 C.C. moest worden omgezet. Afgezien nu nog van de vraag, of dat nu een bewijs kan zijn, aangezien bij art. 1723 B.W. onze wetgever er wel aan moest denken, daar art. 938 C.C. juist handelt over de wijze van eigendomsovergang, eigen aan het Fransche, doch vreemd aan ons recht, zoodat hieruit nog niet valt af te leiden, dat men ook bij art. 1703 B.W. zich wel bewust was van wat men neerschreef, wil ik hier nog wijzen op art. 1495 B.W., handelende over de eigendomsovergang krachtens koop en verkoop en op grond van art. 1582 B.W. mede van toepassing op de eigendomsovergang krachtens ruiling. Legt men daarnaast de bepaling van art. 1493 en art. 1577 B.W. bepalingen, die in hare oorspronkelijke redactie niet anders hebben geluid dan thans met art. 1703 B.W. nog het geval is, doch waarin later de wijziging werd gebracht, zoodat thans de tekst luidt dat de handelende partijen zich verbinden tot de levering, dan waag ik de vraag, wat dan toch wel voor den wetgever de reden geweest kon zijn, dat hij, bijaldien hij dan niet gedachtenloos mocht zijn te werk gegaan, voor de schenking gemeend heeft te moeten afwijken van den bij koop en ruil gevolgden weg.

En om Mr. Goudoever eens te laten spreken: gesteld

Sluiten