Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Do schenking van art. 1703 B. \V. moge ovenwol een overeenkomst zijn en wel een obligatoire overeenkomst, de schenking door feitelijken afstand is daardoor nog niet onbestaanbaar geworden, doch kan worden geacht stilzwijgend erkend te zijn.

Alleen zoude men zich voor het bewijs dat onze wet de schenking door feitelijken afstand wol degelijk als een overeenkomst beschouwt en dus onder de schenking van art. 1703 B. W. begrijpt, kunnen beroepen op de uitdrukkelijke vermelding der giften van hand tot hand in art. 1724 B. W. Immers, zoo zoude men kunnen redeneeren, wijst de plaats der omschrijving van het schenkingsbegrip aan het hoofd van den Titel: Van Schenkingen er reeds niet op, dat de definitie algemeen is bedoeld en alzoo ook de giften van art. 1724 B. W. omvat ?

Men ga echter na, met welk doel onze wetgever in dit artikel uitdrukkelijk heeft gewaagd van do giften van hand tot hand. De woorden der bepaling zelve zeggen het reeds: men wilde hier een uitzondering maken op cle voor de schenking geschreven vorm-vereischten.

Reeds onder het Costumiere recht was schenking van

de schuld niet zal opvorderen) in het leven heeft geroepen, waardoor juist het tegenovergestelde in de plaats treedt van het rechtens bestaande. Onze wet, die van kwijtschelding eener schuld niet spreekt als van eene overeenkomst, is blijkbaar de eerste opvatting toegedaan, welke nj. i. ook meer met de werkelijkheid in overeenstemming kan worden geacht. Een beroep op de kwijtschelding voor het bewijs, dat naar ons recht ook de zakelijke overeenkomst bestaanbaar is, gaat m. i. dan ook niet op.

Sluiten