Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke voor de andere schenkingen worden gesteld; dit blijkt reeds uit art. 1723 B.W., handelende over de eigendomsovergang der in de schenking begrepen goederen, waar ook art. 667 B.W. wordt aangehaald, hetwelk spreekt over de levering van roerende zaken, onlichamelijke uitgezonderd.

Alleen dit heeft de wetgever willen zeggen: de schenking van roerende lichamelijke zaken moge onderworpen zijn aan de vormen, welke voor de schenking in het algemeen in de 3e Afdeeling van den Elfden Titel van het 3® Boek van het Burgerlijk Wetboek zijn voorgeschreven; zoodra de belofte van den schenker door de reëele overdracht van het geschonkene in vervulling is gegaan, is de schenking van waarde, zonder dat op gebreken in den vorm zal behoeven gelet te worden. Is dit het doel geweest, waarmede de wetgever uitdrukkelijk in art. 17'24 B.W. gewag maakte van de giften van hand tot hand, dan is het onjuist uit genoemd artikel een argument te putten voor het bewijs, dat ook de schenking door feitelijken afstand valt onder de als overeenkomst omschreven schenking van art. 1703 B. W.

Wij hebben thans het verloop gezien, hoe de afstand animo donandi van feitelijken afstand is geworden overeenkomst om af te staan in de artikelen 894 C. C. en 1703 B. W. en omgekeerd kunnen wij nu dus zeggen, dat de schenking van gemelde artikelen afstand tot vereischte stelt en dit in overeenstemming met hetgeen de meest gezaghebbende onder de schrijvers, zoowel in Frankrijk als hier te lande, leeren.

Sluiten