Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetzelfde resultaat bereikt, alsof eerst ware aangenomen en vervolgens door C wederom ware afgestaan aan D; in het nalaten om te verkrijgen lag alzoo een „verstecktes „Handeln" van C. Weigerde deze, niet om D te bevoordeelen, maar om eenige andere reden, welke dan ook, dan kan bezwaarlijk eene schenking worden aangenomen, aangezien de weigering dan het karakter draagt van een „bloszes Unterlassen". Hetzelfde is het geval, wanneer D onkundig was van de bedoelingen van C. D aanvaardt dan niet bij wijze van schenking van C, aangezien hier de animus donandi, de eensgezindheid der partijen omtrent de schenking ontbreekt. Maar, zal men wellicht vragen, moeten de schuldeischers van C, wier belangen door diens weigering worden benadeeld, dan het moeilijke, ja welhaast onmogelijke bewijs leveren, dat eene schenking heeft plaats gehad? Men dient echter voorzichtig te zijn; is er geen sprake van een schenking, is de weigering alzoo een bloot nalaten, dan is er van een verarming, van een vermindering dus van het vermogen als onderpand der crediteuren geen sprake en tegen een enkel verwaarloozen van belangen is al zeer weinig te doen. Zoude men nu in elk geval eenen debiteur er wel toe kunnen en mogen dwingen oin ten believe zijner schuldeischers een aangeboden voordeel te aanvaarden, zonder door zulk eenen overmatigen ijver in de bescherming der belangen van de schuldeischers, het ontzag voor de zedelijke motieven van den debiteur al te zeer uit het oog te verliezen; men

Sluiten