Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbintenis, vatbaar voor compensatie blijkens 1. 6 D XVI 2. en kon zij door pand of borgtocht worden gedekt (1.5 § 2 D XX. 1.; 1. 6 § 2 en 1. 7. D XLVI. 1.)

Mocht men dan al niet eene zuiver zedelijke verplichting aannemen, aan een volkomen rechtsplicht viel evenmin te denken, aangezien hierbij plicht en actie regelmatig samengingen.

Wat dan wel het karakter eener natuurlijke verbintenis was ?

Bij Modderman ') luidt het: ,,Dat er volgens de natuurlijke of maatschappelijke opvatting eene verplichting „bestaat, wordt tot op zekere hoogte door de rechtsorde „erkend". Met andere woorden: wij hebben bij eene natuurlijke verbintenis te doen met een rechtsplicht, eene obligatie, waaraan niet alle rechtsgevolgen zijn verbonden, welke als regel daaruit voortvloeien, met een onvolkomen rechtsplicht alzoo.

Immers, wordt een verplichting rechtens erkend, dan is er sprake van een rechtsplicht; geschiedt echter deze erkenning slechts ten deele, dan bestaat er ook slechts ten deele een rechtsplicht, dan moet worden gedacht aan een rechtens bestaande verbintenis, welke onvolkomen is in hare werking. Tot een erkenning van dergelijke obligatiën moest het Romeinsche civiele recht met zijn strenge consequentiën en zijn streng formalisme wel komen onder den drang der eisohen van het maatschappelijk verkeer,

<) T. a. p. III, blz. 25.

Sluiten