Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor schuldvernieuwing, zegt dit art., is hier geen plaats. Van pand en borgtocht spreekt de wet niet, doch bij Asskr *) vinden we uitdrukkelijk gezegd: „Zooveel staat vast, dat schuld uit spel of weddenschap „niet kan worden versterkt door pand of borgtocht, in ,.het Ontwerp 1820 was dit in art. *2905 2) uitdrukkelijk „bepaald". Ook voor compensatie of dading kan een schuld uit spel of weddenschap niet in aanmerking komen, daar onze wet blijkbaar bedoelt alle werking aan deze overeenkomsten te onthouden. Zoo zijn zij dus verstoken van alle rechtsgevolgen, welke er doorgaans aan verbonden zijn; enkel wordt gezegd, dat het eenmaal betaalde niet meer teruggevorderd kan worden (art. 1828 B. W.). Bezwaarlijk kan hier het bestaan van een verbintenis, een rechtsplicht worden aangenomen. Is dan het voldoen eener speel- of weddingschapschuld eene schenking'? Immers ten volle geldt het een „nullo jure „cogente concedere". Toch mag men m. i. hierin geene schenking zien, en wel op grond van het uitdrukkelijk verbod van terugvordering, neergelegd in art. 1828 13.W.

De zin van dit voorschrift toch is niet, dat de condictio indebiti is uitgesloten op grond van het feit, dat wij met een schenking te doen hebben. Men schenkt ook niet,

') III, blz. 47»i

2) Alle borgstelling of pandgeving, tor zake van schulden in de bedoeling van het voorgaande artikel vallende, is nietig, hetzij de borgen of het pand voor, of na het verlies of de loting, mogten gegeven of gesteld zijn.

Sluiten