Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch men betaalt, en dit op grond van het uitdrukkelijke voorschrift der wet, hetwelk niet het bestaan eener schuld aanneemt, doch enkel de terugvordering uitsluit, evenalsof niet onverschuldigd ware betaald.

Een ander geval, hetwelk tot de natuurlijke verbintenissen wordt gerekend, vindt men in art. 1803 B. W., waarbij de terugvordering van betaalde, doch niet bedongen interessen van geleende geldsommen is uitgesloten.

Waarschijnlijk dient men den oorsprong dezer bepaling te zoeken in het Romeinsche recht. L. 26 D XII. 6. luidt: „Si non sortem quis sed usuras indebitas solvit, repetere ,,non poterit, si sortis debitae solvit". Men lette bij deze wet echter op hetgeen men vindt in 1.3. 0. IV. 32. : „quamvis usurae foenebris pecuniae citra vinculum sti„pulationis peti non possunt tamen ex pacti conventione „solutae neque ut indebitae repetuntur, neque in sortem „acceptae ferendae sunt". Hierin wordt alzoo gesproken van een pactum tot betaling der rente, hetwelk men, naar het schijnt, ook bij eerstgenoemde wet in het oog dient te houden. ') Jure Romano is sprake van een dier vele vormen, waarin zich een natuurlijke verbintenis kon voordoen, n. 1. van een overeenkomst, welke niet voldeed aan de strenge eischen, door het civiele recht gesteld, van een „nudum pactum" in tegenstelling tot de „stipulatio".

Dit schijnt men echter in latere jaren uit hot oog

7j\o As*kr, III, blz. 427.

Sluiten