Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ofschoon do Codo Civil evenals ons wetboek het zwijgen hieromtrent bewaart, toch bij het tot stand komen van den Code dit onderworp niet geheel met rust is gelaten; integendeel, word aan oene wettelijke regeling van dit punt wel gedacht, n.1. in het „Projet du livre préliminaire du Code." Bij onvolledigheid der wet, had do rechter zich nl. te richten naar de billijkheid en de gebruiken ').

In het Wetboek Nap. voor het Kon. Holl. werd in art. 5 bepaald, dat bij stilzwijgen der wet, naar billijkheid en analogie zou worden recht gesproken.

In den Vijfden Titel der Algemeene Inleiding van het Ontwerp 1820 vindt men eveneens gesproken „\ an het strijden en zwijgen der wetten". In art. 71 wordt voorgeschreven, dat in gevallen, welke noch door de letter, noch door den geest dor wet kunnen worden uitgemaakt, in do eerste plaats de analogie van hot wetboek dient te worden gevolgd. Eerst wanneer op deze wijze de beslissing der zaak in geschil niet kon worden gevonden, zoude de rechter volgons de regelen der natuurlijke billijkheid hebben te oordeelen (art. 73). Art. 72 geeft dan nog aan, wanneer analogie van recht geacht kan worden aanwezig te zijn, nl. wanneer de gronden, waarop de wetgever andere bepalingen gebouwd heeft, insgelijks volkomen toepasselijk zijn op het geval in geschil, waaromtrent zich do wetgever niet verklaard hooft.

') Art. 11 van genoemd Projet.

Sluiten