Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat nu bij het stilzwijgen onzer wet op dit punt, do uitlegging naar analogie, evenals de andere wijzen van interpretatie, geoorloofd zijn, en dus bepalingen van het positieve recht ook toepassing moeten vinden in gevallen, waar datzelfde positieve recht zwijgt, doch dezelfde gronden aanwezig zijn, volgt uit de bepaling van art. 13 A.B.: een beroep op het stilzwijgen, de duisterheid of de onvolledigheid der wet kan door den rechter niot worden gedaan. Aangezien nu de wet niet is eene samenvoeging van willekeurige normen zonder eenigen samenhang, doch integendeel een systematisch geheel, ligt het voor de hand, dat men in voorkomende gevallen, waar het positieve recht dient aangevuld te worden, in de eerste plaats met het daarin neergelegde systeem te rade gaat. Zoo is dus de systematische, analogische interpretatie eon der belangrijkste middelen van wetsuitlegging.

Graan wij thans na, welke bepalingen uit den Elfden Titel van het Derde Boek van het Burg. Wetb. vatbaar zijn voor eene analoge toepassing op handelingen, welke wel geen schenking zijn naar het formeele begrip, doch waarbij sprake is van schenking naar de gevolgen, die die handelingen inet zich brengen.

Vooraf zij erop gewezen, dat men zich bij de uitbreidende interpretatie dient te hoeden voor de fout artikelen toe te passen zonder nauwkeurig acht te slaan op de enge overeenkomst tusschen het in den rechtsnorm veronderstelde geval en liet geval waaromtrent de wet-

Sluiten