Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar aanleiding van dit artikel zegt Asskii '): „Art. „1710 doelt stellig niet op het tijdstip waarop de wilsverklaring van beide partijen tot stand is gekomen, en „dus de schenking als voltooid is te beschouwen. Waie „dit zoo, dan zou het geheel overbodig zijn; want om „eene schenking hetzij in persoon of door middel van „oenen vertegenwoordiger te kunnen aannemen, moet „men uit den aard der zaak bestaan. De wet verstaat „},ier dus ongetwijfeld onder schenking de eenzijdige

„handeling van den schenker".

Ook dan nog evenwel is het voorschrift volkomen

overbodig.

Niemand zal toch willen betwijfelen, dat het aanbod moet worden gedaan op een tijdstip, dat het voor aanneming vatbaar is. Immers het aanbod zelve vormt slechts een deel der schenkingshandeling, tot voltooing waarvan bovendien de aanneming is vereischt. En hieruit volgt dan weer, dat wil het schenkingsaanbod als deel der schenkingshandeling in aanmerking komen, het ook godaan moet. zijn op een tijdstip, waarop het voor aanneming vatbaar is. Dit geldt niet alleen voor schenking, doch voor elke handeling, welke eerst door wilsovereenstemming voltooid wordt.

Thans art. 1717 B. W.: Schenkingen aan openbare of godsdienstige gestichten gedaan, hebben geen gevolg, dan voor zooverre de Koning aan de bewindvoerders dier

1) III, t)ln. 388.

Sluiten