Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wel is hiertegen aan te voeren, dat het ook voor andere overeenkomsten van belang is de zekerste en stelligste bewijzen te vorderen, doch dit bewijst dan alleen het onnoodige der strenge vormvereischten voor de formeele schenking gesteld.

Eindelijk nog de Vierde en laatste Afdeeling , handelende over het herroepen en tenietdoen van schenkingen, lleeds het exceptioneelc dezer voorschriften wijst erop, dat zij niet van toepassing kunnen worden geacht op schenking in het algemeen, in den ruimen zin van het woord. De bepalingen zijn toch uitsluitend gesteld met hel oog op de verhouding tusschen de personen, welke de bijzondere schenkingshandeling aangingen.

Nu zet art. 1374 B. W. als algemeen beginsel voorop,

dat alle wettiglijk gemaakte overeenkomsten den partijen, die dezelve aangingen, tot wet strekken en dat zij niet kunnen worden herroepen dan met wederzijdsche toestemming of — en hierin wordt van de uitzonderingen op

„si les donations faites sous seings privés étaient valides: les opinions „des jurisconsultes furent partagées sur cette question — L'ordonnanee „de 1731 fit cesser les doutes, en ordonnant, par une disposition „nouvelle contenue dans Part. 1", que „„tous actes portnnt donation „entre-vifs seront passés par devant notaire, et qu'il en restera minute, „sous peine de nullité."" — Het dool was dus hier de zekerste bewijzen te hebben van wat tusschen partijen had plaats gehad. De Code welke het bovengenoemd onderscheid tusschen de beschikkingen bij testament en onder de levenden niet kende, nam niettemin het artikel uit de Ordonnance van 1731 woordelijk over, terwijl onze wetgever op zijn beurt het weer uit don Code overnam. Gegronde redenen om de strenge vorm te blijven handhaven, bestonden evenwel noch voor het Fransche noch voor ons recht.

Sluiten