Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levenden in den meest uitgebreiden zin van het woord. Trouwens deed men dit niet, dan zoude het op onderscheidene manieren mogelijk zijn het in art. 960 B. W. vervatte verbod van onterving te ontduiken en aldus de geheele instelling der legitieme portie illusoir te maken.

Thans de inbreng van schenkingen onder de levenden, geregeld in de artikelen 1132 en v. B. W. De vraag is weer, welke beteekenis te hechten aan de uitdrukking schenking. De enge beteekenis van afstand van eenig goed of recht om niet, of de ruimere het opzettelijk toekennen van eenig op geld waardeerbaar voordeel?

Art. 843 C. C., waaruit ons art. 1132 B. W. is voortgekomen , onderwerpt aan inbreng alles, wat de erfgenaam van den overledene ontving „par donation entre-vifs, directement ou indirectement." Naar de Fransche opvatting, volgens welke „de donation indirecte" is eeno schenking naar het ruimere begrip, bestaat dus ten aanzien der door ons gestelde vraag geen twijfel.

Hoe evenwel naar ons recht ? De woorden „directement ou indirectement" komen in ons artikel niet meer voor, doch daarmede is nog geenszins gezegd, dat onze wetgever heeft willen afwijken van de Fransche leer en dus beperking heeft willen brengen in den omvang van hetgeen bij gebreke van een vrijstelling zou moeten worden ingebracht. ') Gaat men althans de geschiedenis der tot-

l) Diephuis IX, 258, Opzoomkk IV, 470 en Land III, 254 staande enge interpretatie vcor. Daarentegen besliste de TI. R. bij de arresten

Sluiten