Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mindering ondergaan te hebben. Zoo is er dus wel sprake van een vermogensvermindering, eene verarming, maar kan in de verwerping eener nalatenschap ten behoeve van een ander wel een schenking worden gezien? Mij dunkt, niet altijd. Prof. Hamaker wees er reeds op: wij hebben bij een schenking te doen met eene handeling tusschen twee personen ; elke schenking vooronderstelt zulks noodzakelijk. De partijen moeten eensgezind zijn bij de schenkingshandeling: de animus donandi, door ons als vereischte voor de schenking gehandhaafd, onderstelt, dat partijen zich met elkaar verstaan aangaande de gevolgen, welke uit hunne handelingen voortvloeien.

De schenker moet den wil bezitten om den begiftigde een bepaald voordeel toe te kennen en de begiftigde moet van zijn kant dat voordeel van den schenker willen aanvaarden. Nu zal in den regel de bevoordeelde de nalatenschap aanvaarden als rechthebbende op grond der wet of van eene testamentaire beschikking, niet bij wijze eener schenking van de zijde van den verwerper, zoolang deze van zijne intentie om te schenken niet op eenigerlei wijze doet blijken aan dengene, die nahem tot de erfenis wordt geroepen. Eerst wanneer de verwerper dit doet, is de verwerping niet meer eene handeling op zich zelf, eene handeling, waardoor geenerlei betrekking wordt in het leven geroepen tusschen bepaalde personen, maar integendeel juist een middel om eene bepaalde band te vestigen tusschen den verwerper en den na hem tot de erfenis geroepene, en wel dio van een schenker tot een begiftigde.

Sluiten