Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij, al strevende, het voorgestelde ideaal toch niet zal kunnen bereiken, staat de eens zoo fiere Helleen voor de ruïne van zijn' grootheid. Steeds meer dringt onder de edele geesten het bewustzijn door, dat de Godheid, de absolute maatstaf van ons denken en willen, niet in deze wereld is, binnen het bereik van onze eindige krachten. Ver boven de wereld van het tijdelijke en onvolmaakte is het eeuwige en volmaakte, waarheen zich alles uitstrekt; maar als naar een onbereikbaar ideaal, dat slechts gekend wordt, in zooverre het zich zelve mededeelt.

Deze ontwikkeling van het Grieksche denken, de overgang van filosofie tot godsdienst, bood den Joodschen denkers gelegenheid, de vreemde cultuur aan de veredeling van hun eigen geestelijk bezit dienstbaar te maken. Of en in hoeverre de Joodsche godsdienst de ontwikkeling van den Grieksche Geest in deze richting heeft bevorderd, is niet uit te maken i). Wij zien de Alexandrijnsch-Joodsche ontwikkeling met de zuiver Grieksche parallel gaan ; de eerste eindigde ten slotte in het theosofische systeem van Philo, de laatste in dat van Plotinus.

Onze Joodsch-Hellenistische litteratuur vertoont dus voor een deel den stempel eener bepaalde geestesrichting. Ik zeg „voor een deel"; in sommige geschriften toch is de familietrek zeer zwak, in andere geheel

') Cf. Zeiler. Die Philosofie der Griechen, UI.

Sluiten