Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij willen thans de vraag algemeener stellen. Tot de Alexandrijnsche filosofie, in engeren zin, behooren onze Joodsche Wijsheidsgeschriften niet. Van de meest kenmerkende eigenaardigheden dezer geestesrichting zijn zelfs geen sporen aanwezig.

Er zijn echter meer geschriften, waarbij dit niet het geval is, terwijl ze toch duidelijk hun' Hellenistisch-Joodsche afkomst verraden. De vreemde cultuur maakt zich op de eene of andere wijze duidelijk kenbaar; ze is niet zoo met de inheemsche samengesmolten, dat wij over den oorsprong in twijfel behoeven te staan.

Hier wordt ons, dunkt mij, een anderen weg gewezen, om te onderzoeken, of er verwantschap bestaat tusschen de Chokma-litteratuur en de Joodsch-Hellenistische geschriften. Wij kunnen de vraag op de volgende wijze stellen: „Kenmerkt zich ons Spreukenboek, Prediker of Job, ook door één of meer van de eigenaardigheden, waardoor een Joodsch-Hellenistisch geschrift als zoodanig terstond opvalt?"

Daartoe moeten we weten, hoe een Jood, die zich de Grieksche beschaving in meerdere of mindere mate heeft eigen gemaakt, schrijft en denkt.

In de eerste plaats wil ik de aandacht vestigen op de taal. Het is opvallend, dat de Joden zich zoo snel het Grieksch hebben eigen gemaakt. Een der oorzaken hiervan is deze, dat de moedertaal zich zoo moeilijk aanpaste aan de nieuwe beschaving. Menschen, die de Grieksche dichters en proza schrijvers

Sluiten