Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelezen hadden, die getroffen waren door de schoonheid van hun' taal en zich geestelijk hadden gevormd naar Grieksche voorbeelden, konden zich niet meer bedienen van het Hebreeuwsch, waaraan elke elegante bewegelijkheid ontbrak en dat moeieljjk een terminologie kon scheppen, welke die van de Grieksche filosofen zou kunnen vervangen. De Grieksche Geest maakte de Grieksche taal van zelf onontbeerlijk. Men leze b.v. de „Wijsheid van Salomo".

We hebben hier een' Joodschen Wijze voor ons, die zijn' geestelijken schat met de nieuwe cultuur heeft verrijkt. Zijn taal herinnert soms wel is waar aan de rustige, vermanende en leerende trant van de Joodsche Chokma, zoo b.v. het eerste hoofdstuk; de auteur had dit gedeelte en sommige andere in zijn' moedertaal kunnen neerschrijven. Maar >en anderen indruk krijgen we reeds van het tweede en volgende hoofdstukken. Hiervan zegt Willibald Grimm *): „Die Darstellung nimmt,in Schilderung der freigeisterischen Welt- und Lebensansicht den Charakter eines an griechische Nationalschriftsteller erinnerndenlyrischen Ergusses an, gefallt sich in einem Reichthum von Bildern, zierlichen Antithesen (11, 8—10; 13, 8), sogar in einem Soriten (6, 17—20), in Naturschilderungen, erhebt sich sehr haufig zu rhetorisch-dichterischem Zwunge (5, 15), der seinen glanzenden Gipfel erreicht im Preise der Göttlichen Weisheit".

') Exeg. Handb. z. d. Apokr. des A. T.

Sluiten