Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet echter zal het den boosdoener wel gaan en, als een schaduw, zal hij niet lang leven, aangezien hij God niet vreest". Een' nieuwe ervaring werpt deze overtuiging echter terstond weer omver: „Er is iets ijdels, dat op de aarde geschiedt, dat er n.1. godvreezenden zijn, wien het gaat naar het werk der goddeloozen en goddeloozen, wien het gaat naar het werk der godvreezenden. Ik sprak: Ook dat is ijdel."

Deze eigenaardige pericoop staat in het boek Prediker niet alleen, telkeDs duikt het probleem weer op, wordt een tijdlang door andere verdrongen, om zich later weer aan den tobbenden denker op te dringen.

Pf. grondt zijn' meening op tal van uitspraken van den schrijver, waar in een of ander verband op den dood wordt gezinspeeld.1) Wie echter deze plaatsen leest, ontdekt, dat het hier meestal gaat om andere kwesties. Het spreekt overigens van zelf, dat de sceptische denker wel eens stilstaat voor hetfactum finale, dat het menschelijk leven afsnijdt. Nergens echter beschouwt hij den dood als een probleem, het is een van zelf sprekend verschijnsel; het leven speelt zich af in het „Diesseits" en daarna volgt het sombere schaduwbestaan van het schimmenrijk. Dat zich voor hem geen aangename gedachten aan den dood verbinden, ligt voor de hand; dat was in Israël niet mogelijk, en nog somberder werden die gedachten, waar de enkeling zich zag geplaatst voor het naakte

!) Cf. 1:4; 2:12,16; 3:2; 4:8 sqq; 5:11; 7:1,2; 9:5; 12:5.

Sluiten