Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feit, dat voor onzen Prediker bovendien nog het einde was van een leven vol raadselen, het groote feit, dat hem voor goed alle geloof en hoop afsneed. Zoolang er leven is, is er hoop, een levende hond is beter, dan een doode leeuw.x) Is echter eenmaal het aardsche leven afgesneden, dan blijft de onvereffende rekening liggen, het verbroken zedelijk evenwicht kan niet meer worden hersteld.

Pf. heeft in zijn' ijver, om van Prediker een „Eschatologiker" te maken, diens sceptische vragen over het „Nachher"2) dan ook onjuist geïnterpreteerd. Zij hebben geen betrekking op het lot van het gestorven individu na den dood. Deze uitingen leeren ons de practische scepsis van den Wijze: De mensch weet niet, wat zijn zal; hij mist het vermogen, om datgene, wat God gemaakt heeft, te doorzien van het begin tot het einde. Dit geldt natuurlijk vooral van wat later komt, als hij er niet meer is. "Voorzoover het zijn eigen leven betreft, kan de menschelijke wijsheid hem nog eenigszins voorlichten; maar wat komt later? Daarover ligt een dichte sluier. Aan wien zal de mensch overdragen wat hij met moeite en wijsheid gewrocht heeft, zal het een Wijze dan wel een dwaas zijn ?

Strekte zich onze kennis uit ook over den gang der gebeurtenissen na onzen dood, dan zou waarschijnlijk ook het vergeldingsprobleem zijn opgelost. God heeft

>) Pred. 9:4.

J) Cf. 2:12; 3:21, 22 8:7; 10:14.

Sluiten