Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BetreflFenden indicirt, der dem Kohelet wenigstens so zug&nglich war als die Stoa."

Volgens Pf. zijn dus de hoofdstukken 1 en 3 direkt afhankelijk van het systeem van Heraklitus en wel van zijn' voornaamste leeren n.1. de z.g. „Flusslehre" en de leer van de tegenstellingen. Wat het eerste hoofdstuk betreft, hebben we ons te bepalen tot de pericoop, vers 4—11, waarvan ik hier de vertaling laat volgen.

Het eene geslacht gaat en het andere komt; en de aarde blijft altijd staan. De zon gaat op en de zon gaat onder, en zij ijlt naar de plaats, waar zij op zal gaan. De wind gaat naar het Zuiden en draait naar het Noorden, al draaiende gaat de wind en keert terug op zijne omgangen. Al de rivieren stroomen naar de zee en de zee wordt niet vol, naar de plaats, waarheen de rivieren gaan, daarheen gaan ze telkens weder. Alle dingen putten zich uit, niemand kan het zeggen. Niet verzadigd wordt het oog, om te zien en niet vol wordt het oor van het hooren. Wat geweest is, dat zal zijn en wat gedaan is, dat zal gedaan worden en er is niets nieuws onder de zon. Is er iets, waarvan men zegt „Zie, dit is nieuw"; het is reeds lang geweest in de tijden, die voor ons waren. Geen aandenken bestaat er van wie voor ons waren, en ook van de lateren, die zijn zullen, van hen zal geen aandenken bestaan bij degenen, die nog later komen zullen.

„Dass diese Schilderung" zegt Pf. „in toto sehr

Sluiten