Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dva&vtiiairtj, als aanduiding voor den opgang der zon, niet in de fragmenten van Heraclitus. Het is wel waarschijnlijk, dat de filosoof iets dergelijks bedoelt. Volgens hem toch is de zon eiken dag nieuw — vtoi icfi ijfttQfj iariv 6 1jXiog *) — wat, in overeenstemming met zijn systeem, het best zoo gedacht wordt, dat de zon eiken dag de verschillende phasen — vuur, lucht (resp. damp), water en omgekeerd — doorloopt. Van de zielen zegt Heraclitus — voor zoover ik weet — alleen, dat ze uit het

VOCht opdampen— ipvyect nno Xiov I'/qcov (ci/a&Vfitwvtoii 2) Er schijnt me dus al heel weinig reden te zijn, om bij het woord te denken aan het örieksche avu&vfiiaaii. Dat de zon „zich haast" of „ijlt" naar de plaats van opgang, is overigens een gedachte, die zoo geheel is in den geest van Prediker en bovendien zoo teekenend in dezen samenhang, dat ze wel bij den schrijver zal zijn opgekomen onafhankelijk van wat anderen daarover reeds hadden gezegd. Terecht zegt P. Menzel3): rMan könnte zich keine bessere Malerei denken als die dieses Bildes. In diesem würde sogar ein wesentliches Moment fehlen, wenn nicht des mühevoll und vergeblich zurückgesetzten Weges der Sonne wenigstens mit einem Wort gedacht ware."

') Pr. 6, bij Herm. Diels.

2) Pr. 12.

s) De Graecis in libris ronp et 2oqiu vestigiis.

Sluiten