Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heraklit wenigstens die Handhabe zum Gleichen, wenn man denkt an sein berfihmtes Wort von dem

„xoffuoj o' uvtoj «TtavTcov . ... yy dn xai tart xai tarai *

Und auch ohne dieses spezielle Diktum ist der Gedanke als solcher die selbstverstandliche Konsequenz seiner ganzen Metamorphosenlehre, wo ja immer wieder Ein und dasselbe, nur je in anderer Hülle auftritt, und jung und alt, lebendes und gestorbenes, in ein ander umschlagend das gleiche sind."

Ook hier geldt weer, dat de indentiteitsleer van Heraclitus en de melancholische ontboezeming van den Prediker behooren tot geheel verschillende categorieën van gedachten. Overigens is ook de gelijkenis van de identiteitsleer van den Ephesiër*) met de verzen 9 en 10 van ons hoofdstuk zoo oppervlakkig, dat men eigenlijk niet begrijpt, hoe iemand zich daardoor heeft kunnen laten misleiden. Prediker houdt de afzonderlijke verschijnselen streng van elkander gescheiden; de naieve Joodsche denkers nemen de dingen nog, zooals ieder ze ziet. Dit lijkt wel niets op de abstracte speculatie van Heraclitus, volgens welke alle grenzen wegvallen en alles eigenlijk hetzelfde is, aangezien zelfs de uiterste tegenstellingen voortdurend in elkander overgaan.

Nog duidelijker sporen van Griekschen invloed meent Pf. te ontdekken in het 3de hoofdstuk : „Noch erheblich schlagender" zegt hij „als im Bisherigen

*) Fragm. 88.

Sluiten