is toegevoegd aan uw favorieten.

De invloed van den Griekschen geest op de boeken Spreuken, Prediker, Job

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik kan bijna niet gelooven, dat Pf. het hier met zjjn betoog ernstig meent. Prediker spreekt, vers 8&, toch niet van krijg in den metaphysischen zin, waarin Heraclitus dat bedoelt. .Oorlog en vrede", deze tegenstelling is hier, evenals alle andere, aan de ervaring ontleend, en de woorden drukken ook niets meer uit dan wat ze tot ieder mensch in de practijk van het leven zeggen. Maar nu vraag ik: Hoe kan Predeker in deze alledaagsche ervaring, die in zijne gedachte niet eens bijzonder op den voorgrond treedt, het motief gevonden hebben, om zich plotseling te verheffen tot het hoogtepunt van speculatief denken, waarheen het Heraclitisch geïnterpreteerde elfde vers ons voert ? Het verband, dat Pf. ziet tusschen vers 8b en vers 11 is een zuivere fictie Had hij den samenhang gezien, zooals die werkelijk bestaat, dan zou voor hem ook op vers 11 ander licht zijn gevallen. Wij lezen in vers 11a: „ Alles heeft Hij schoon gemaakt op zijnen tijd''. Deze vorm bewijst reeds duidelijk, dat de schrijver hier terug ziet op vers 1—8 en niet op vers 8b alleen; het verband met het voorafgaande is dan ook niet beperkend, maar samenvattend. Wanneer we dit in het oog houden, dan laat vers 11a zich zeer eenvoudig en natuurlijk verklaren. De schrijver verheft zich hier niet plotseling tot een visie „sub specie aeternitatis", hij blijft een weinig dichter bij den beganen grond. Van de verschijnselen zegt hij, dat ze, ieder op zich zelf genomen, „nicht eher und nicht spater geschehen, als sie geschehen müssen, um