is toegevoegd aan uw favorieten.

De invloed van den Griekschen geest op de boeken Spreuken, Prediker, Job

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oneel ze ook moge schijnen, zoolang we het woord o^y op zich zelf beschouwen, vindt, zooals uit het voorafgaande duidelijk blijkt, in den onmiddellijken samenhang geen' steun, terwijl we ook elders in het boek Prediker tevergeefs zoeken naar een opvatting van Wijsheid, als het woord aty, Heraklitisch geïnterpreteerd, zou onderstellen. Prediker spreekt wel van de Wijsheid als een onbereikbaar ideaal - geen Wijze zal het ooit kunnen bereiken, het is diep en ligt zeer ver buiten het bereik der menschelijke vermogens *) — maar dit Wijsheidsideaal is toch van geheel anderen aard, dan de filosofische „Hochflug", de absolute visie, waartoe de Ephesiör zich tracht te verheffen. Letten we maar eens op die plaatsen, waar Prediker klaagt over het te kort der menschelijke kennis. „Wie zal den mensch zeggen, wat na hem zijn zal onder de zon?" 2) „Wie zal hem er toe brengen, dat hij inzicht krijge in 't geen na hem zijn zal?" 3). „De dwaas" zegt hij verder «verkwist vele woorden, maar de mensch weet niet, wat zijn zal en wat na hem zijn zal, wie zal het hem zeggen ?" 4) Mij dunkt, deze eenvoudige woorden verbieden ons al, Predikers gedachte van de Wijsheid te identificeeren met de speculatieve verheffing van den Griek schen denker. Hij beweegt zich geheel in het spoor

i) Pred. 8 :16, 17; 7 : 24.

s) 6 :126.

s) 3:22 b.

*) 10:14.