Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan daarvan alleen gesproken worden bij de Stoa, volgens welke school alles zich organisch ontwikkelt uit den immanenten Logos, in welken ook de mensch zijne oorspronkelijke eenheid met de natuur terugvindt. Prediker echter kent de verschijnselen slechts als op zich zelf staande; ze worden door God op hunnen tijd in het aanzijn geroepen; achter ieder gebeuren staat zijn persoonlijke wil. Deze naieve wereldbeschouwing vinden we elders in de Wijsheidslitteratuur terug, ze is specifiek Israëlitisch.

We zeiden verder, dat beiden — zoowel Prediker als de Stoa — leeren, een zich persoonlijk aanpassen aan de natuurlijke orde der dingen. Zien we nu eens achter deze uiterlijke gelijkheid. Bij de Stoa is het een zich één gevoelen met het Al; de Wijze wordt in de alles doordringende Logos zich weer zijn' eenheid met de geheele natuur bewust, de ziel ontdoet zich van haar onnatuurlijke uitwassen, maakt zich los uit de verwikkelingen, die aan haar wezen vreemd zijn, en ontplooit zich weer in haar oorspronkelijke harmonie met het Al. Van deze verheven, rigoristische moraal vinden we bij den Prediker geen spoor. Het leven naar de natuur — als we het met deze Stoïsche uitdrukking mogen noemen heeft bij hem niet ten doel, de zielsrust terug te vinden in een afzien van alle onwezenlijk bezit; Prediker zou zich bij de door God gestelde „tijden" willen aansluiten, ten einde de omstandigheden, waarvan ons welzijn afhankelijk is,

Sluiten