Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schouders ') Wij kunnen de werken Gods niet doorgronden en nu blijft er volgens Prediker niets over dan zich te buigen „vor dem unerforschten Gotteswerk in der Welt, ira Verzicht auf die durchschauende Erkenntniss und die selbstwollende Initiative" J).

Doch keeren we terug naar Tyler, dien we tot gids kozen. Onjuist bleek ons zijn' meening, als zouden we in Pred. 3 het principe van de Stoïsche moraal terugvinden. Sterker staat Tyler m.i., waar hij in hoofdstuk 1 en 3 3) sporen van de Stoïsche leer van den kringloop der verschijnselen meent te ontdekken. Zelfs Zeiler 4), die overigens geen' invloed van Grieksche philosofie op het O. T. aanneemt, maakt hier een' uitzondering. De gesloten cirkelgang der verschijnselen in natuur en historie, dien Prediker hier leert, heeft in het O. T. geene parallelen. Maar dan schijnt het ook voor de hand te liggen, hier aan Griekschen invloed te denken ; te meer wanneer men ziet, met welke treffende Grieksche parallelen Palm 5) deze passages van den Prediker illustreert.

Wanneer de gedachtengang van Prediker overigens onmiskenbare sporen van Helleenschen invloed vertoonde, dan zou ik geneigd zijn, vooral ten aanzien van plaatsen, als 1:4, 9, 10 en 3:15, met Tyler mee

!) 8: 17.

9) Kleinert. Studiën und Kritiken; 1883.

») 1: 4—11; 3: 15.

<) Th. m>.

s) A. Palm. Kohelet und die Nach-Aristotelische Philosofie S. 12 en 14.

Sluiten