Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedient de schrijver zich van een' beeldspraak, die niet altijd even duidelijk is, en waarover de exegeten dientengevolge nogal van meening verschillen. Over de beteekenis van 12: 6 is echter hoegenaamd niets met zekerheid te zeggen. Wanneer men hierover de verschillende kommentaren leest, dan vraagt men zich af, of het nog zin heeft, zich verder in gissingen te verdiepen.

Wat bedoelt de schrijver met het „zilveren koord"; wat met den „gouden oliehouder"; wat met den „emmer", die verbrijzeld wordt in de „bron"; wat met het „rad", dat gebroken neerstort in den „put" ? De beelden doelen klaarblijkelijk op de vernietiging van levensfunctiën, wat ook duidelijk is uit hetgeen voorafgaat en volgt, maar op welke levensfunctie de schrijver hier zinspeelt, is geheel onzeker.

Nu meent Tyler,*) dat Plato's Timaeus ons hier licht kan geven. Reeds prof. Tayler Lewis had op overeenkomst van dit geschrift met het Joodsche boek Prediker gewezen, maar dit was onopgemerkt gebleven, daar aan contact van Grieksche en Joodsche gedachten in zoo vroegen tijd niet werd gedacht. „Now however" zegt Tyler „we can look at the matter from a different point of view. It would be going to far to say, that the author of Ecclesiastes bad befor him the anatomical and physiological discussion in the Timaeus. Without affirming this, it may

J) Eeelesiastes, p. 75 sqq.

Sluiten