Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

be said, with some confidence, that in XII. 6, there are pretty clear traces of Greek influence, direct or indirect." Wij zullen moeten onderzoeken, of de meening van Tyler voldoenden grond heeft. Allereerst stooten we in vers 6 op de uitdrukking: ~iy ican San priT 1) nS hpn — voordat het zilveren koord loslaat.

VolgenB Plato is de ziel met banden — Stanoi — aan het ruggemerg verbonden. Wanneer deze banden loslaten, 'twelk het geval is, wanneer de samenstellende deelen van het ruggemerg worden opgelost, dan vliegt de ziel met vreugde weg.2) Zou Prediker met ican San op deze diafioi doelen ? Maar dan zou hij toch, evenals Plato zich van den pluralis hebben bediend. Verder bestaat er in den text verband tusschen het zilveren koord en den gouden olieschaal anin nSj —; deze laatste wordt gebroken (gekneusd) door het loslaten van het koord. Wat zal men hierbq denken, wanneer we span San moeten interpreteeren, zooals Tyler wil ? Maar Tyler ziet blijkbaar dit verband over het hoofd. Hij beschouwt het eerste zindeel als op zich zelf staand.

Wat de uitdrukking anin rhi betreft; Tyler meent, dat ook hier Plato ons uit de moeilijkheid helpen kan. Wij zouden hier te doen hebben met een Hebreeuw-

') Tyler wil de Kethib blijven lezen, en wel als Kal met de beteekenis van Hiphil.

') Timaeus, 81.

Sluiten