Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schenkinderen"; dan doet zij ons inderdaad denken aan het woord van Solon tot Croesus (Herod. 1: 33), nas ion av^gmno.; nv/Kfogij. Wie echter zoo vertaalt heeft Prediker niet begrepen. God heeft alles goed en schoon gemaakt alles, wat bestaat, is met een bepaald doel geschapen ; van deze grondgedachte, die wij in alle Wijsheidsgeschriften terugvinden, wijkt ook Prediker niet 'af. Voor het toe va] is in zijn' wereldbeschouwing geen plaats. Hij vindt het alleen jammer, dat wij Gods werken niet kunnen overzien. Zoo komt het, dat ons allerlei dingen overvallen als den visschen het booze net, want wij kunnen ons leven onzerzijds niet in overeenstemming brengen met het Goddelijk handelen; daartoe schiet onze wijsheid tekort.

Wy moeten dan ook mpo lezen als constructus J), 't welk slechts een' kleine verandering van punctuatie noodig maakt, terwijl het een' zin geeft, die zich aansluit bij den geest van 'tgeheele geschrift, en mijns inziens ook door den onmiddellijken samenhang wordt geëischt. 2) Wij lezen dan : „Het lot vau de menschenkinderen, en het lot van het vee, één lot treft hen allen."

Eigenaardig is in het boek Prediker de combinatie niSsDi niSSin, die in 't geheele geschrift viermaal voorkomt. 3) Men heeft niSSin willen vertalen door „waanzin''. Dan zouden door den schrijver „waanzin" en ') Cf. LXX.

3) Men vergelijke ook Pred. 2:14.

') Pred. 1:17; 2:12; 7:25; 10:13.

Sluiten