Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Metze droht; dass in einem Atem von diesem fremdem Weibe gesagt wird, sie habe den Bund Gottes vergessen, wahrend die vor ihr gewarnte Jugendauf den Weg der Frommen gewiesen wird, da nur diese das Land besitzen, die Gottlosen und die Abtrünnigen aus dem selben gewaltsam gerissen werden." ').

Het eerste argument van Fr. is dus dit: Cap. 2:16 sqq. sluit zich niet aan bij het voorafgaande, wanneer we de pericoop zoo concreet opvatten.

Eerst leert de Wijze zijn* leerlingen, hoe de Wijsheid de oogen opent voor al het goede. Wie haar zoekt, die leert den verborgen samenhang van Godsvrucht en Wijsheid kennen; hij ervaart, hoe Jahwe hem zegent, en hoe hij inzicht krijgt in allen goeden weg.

Dat de dichter deze verheven gedachte zou gebruiken voor zoo alledaagsche vermaningen, die slechts ten doel hebben, om te waarschuwen voor den omgang met een' ontuchtige vrouw, acht Fr. ongerijmd.

Is het werkelijk zoo ongerijmd als Fr. ons wil doen gelooven? Is de overgang van „die erhabene Ideen über die göttliche Weisheit" naar „die allertaglichsten Lehren über den Umgang mit einem lüderlichen Weibe" zoo onbegrijpelijk? Op zich zelf zou dit nog geen afdoende reden zijn, onze pericoop te allegoriseeren In de eerste hoofdstukken van het Spreukenboek vinden we wel meer verrassende overgangen. 2) Ik

i) S. 68.

') Cf. Spr. 8:21, 22.

Sluiten